ECLI:NL:GHARL:2021:9895
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap over bestemming van voorwerpen voor hennepteelt
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor het plegen van strafbare feiten volgens de Opiumwet. Het hof vernietigde dit vonnis wegens een andere bewijsbeslissing en deed opnieuw recht.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het dossier en de pleidooien bestudeerd, waarbij het vooral van belang was of verdachte wetenschap had van het uiteindelijke doel van de voorwerpen, namelijk de voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt. Het hof kon dit niet vaststellen op grond van de beschikbare bewijzen.
Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad en de eisen van artikel 11a Opiumwet, oordeelde het hof dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden verklaard. Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak benadrukt het belang van het aantonen van wetenschap omtrent het uiteindelijke doel bij strafzaken over voorwerpen die bestemd zijn voor hennepteelt, en bevestigt dat het enkel voorhanden hebben zonder deze wetenschap onvoldoende is voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat hij wetenschap had van het uiteindelijke doel van de voorwerpen bestemd voor hennepteelt.