Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
het Waterschap,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Een landbouwer vorderde schadevergoeding van het Waterschap wegens verrotte aardappelen op zijn landbouwperceel, veroorzaakt door onvoldoende onderhoud van watergangen in 2017. De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van een verstopping of belemmering van de waterafvoer.
In hoger beroep beperkte de landbouwer zijn eis tot een bedrag van circa € 6.800 aan gewasschade, schoonmaakkosten en proceskosten. Het hof bevestigde dat de stelplicht en bewijslast bij de landbouwer rusten om aan te tonen dat het Waterschap tekort is geschoten in haar onderhoudsverplichting.
Het hof stelde vast dat het Waterschap haar onderhouds- en toezichthoudende taken had uitgevoerd, waaronder periodieke schouw en onderhoud van watergangen en duikers. Foto’s van drijfvuil en klachten van bewoners waren onvoldoende om te bewijzen dat er tijdens de aardappelteelt een verstopping of belemmering was die de waterafvoer onvoldoende maakte.
Ook de door de landbouwer aangevoerde duiker nabij de Kalkwijk kon geen oorzaak zijn van wateroverlast, omdat deze voldoende capaciteit had en op afstand lag. Het hof concludeerde dat de landbouwer onvoldoende onderbouwd had dat het Waterschap aansprakelijk is voor de schade en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, met veroordeling van de landbouwer in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en bekrachtigt het vonnis dat het Waterschap niet aansprakelijk is voor de schade aan de aardappelen.