Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 291
€ 324
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of Kormelink’s retentierecht op een appartement van appellante nog rechtsgeldig is. Kormelink bouwde het appartement en oefende retentierecht uit vanaf 5 september 2011. Appellante had het appartement in oktober 2011 geleverd aan haar broer, maar na ontbinding van die overeenkomst werd het in 2016 teruggeleverd aan appellante.
De rechtbank oordeelde dat het retentierecht gegrond was omdat appellante als derde een jonger recht had en Kormelink feitelijke macht uitoefende. Het hof vernietigt dit oordeel en stelt vast dat appellante als derde een ouder recht heeft, omdat de levering en teruglevering het retentierecht niet ruimer maken. Er is onvoldoende verband tussen de vordering uit de complexovereenkomst en het appartement.
Verder oordeelt het hof dat het retentierecht op de resterende vordering van €14.550 onaanvaardbaar wordt gehandhaafd, nu appellante dit bedrag heeft aangeboden te betalen. Kormelink wordt daarom bevolen het retentierecht op te heffen en het appartement vrij te geven. De vordering van appellante wordt grotendeels toegewezen en Kormelink wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en beveelt Kormelink het retentierecht op te heffen en het appartement vrij te geven.