ECLI:NL:GHARL:2021:5510
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Berekening transitievergoeding bij meerdere onbepaalde tijdcontracten met tussenpozen
Deze zaak betreft de vraag welke diensttijd meetelt voor de berekening van de transitievergoeding bij meerdere arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd met tussenpozen van meer dan drie maanden. Verzoeker was drie keer in dienst bij De Vries, telkens met onderbrekingen van meer dan drie maanden. De kantonrechter had geoordeeld dat alleen het laatste dienstverband meetelt, wat leidde tot een transitievergoeding van €4.299,77.
Verzoeker stelde hoger beroep in en vorderde een hogere vergoeding over de totale periode vanaf 1993 tot 2020, mede op grond van een sociale regeling en behoud van anciënniteit. Het hof oordeelde dat de bepaling over behoud van anciënniteit niet ziet op de transitievergoeding, omdat deze pas in 2015 wettelijk werd ingevoerd en partijen hier niet op vooruitliepen.
Het hof bevestigde dat het Overgangsrecht (artikel XXII lid 8 WWZ) bepaalt dat bij tussenpozen van meer dan drie maanden eerdere arbeidsovereenkomsten niet worden meegeteld, ook bij onbepaalde tijdcontracten. De wetgever wilde hiermee het aangaan van vaste contracten bevorderen. De eerdere contracten tellen dus niet mee voor de transitievergoeding.
De Vries werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding over de periode van 18 mei 2015 tot 1 mei 2020, een bedrag van €5.326,37 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juni 2020. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten van hoger beroep. De bestreden beschikking van de kantonrechter werd vernietigd voor zover deze een lagere vergoeding toekende.
Uitkomst: De Vries wordt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €5.326,37 bruto over de periode 18 mei 2015 tot 1 mei 2020, vermeerderd met wettelijke rente.