ECLI:NL:GHARL:2021:46
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bestuurlijke sanctie parkeren op gehandicaptenparkeerplaats
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een bestuurlijke sanctie opgelegd voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig. De betrokkene werd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) beboet. De gemachtigde van de betrokkene voerde meerdere bezwaren aan, waaronder dat de boa niet bevoegd was tot handhaving, dat er geen sprake was van parkeren maar van laden en lossen, en dat de bebording onvoldoende duidelijk was.
Het hof stelde vast dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden omdat de gemachtigde niet tijdig en correct was opgeroepen voor een hoorzitting. Hierdoor werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard. Vervolgens oordeelde het hof dat de bezwaren tegen de inleidende beschikking ongegrond waren. De boa was bevoegd om te handhaven op grond van de Beleidsregels boa en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De foto's en het dossier toonden voldoende aan dat het voertuig geparkeerd stond op de gehandicaptenparkeerplaats.
De stelling dat er slechts werd geladen en gelost werd niet aannemelijk geacht. Ook was de bebording volgens het hof voldoende duidelijk, met een bord E6 en een wit kruis op het wegdek. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Het hof vernietigde de eerdere beslissingen, verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond, maar wees het beroep tegen de inleidende beschikking af.
Uitkomst: Het hof vernietigt eerdere beslissingen wegens schending van de hoorplicht maar verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.