ECLI:NL:GHARL:2018:7579
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep administratieve sanctie WAHV
De betrokkene werd een administratieve sanctie van €60,- opgelegd wegens het plaatsen van een bromfiets in strijd met bord E3 op 23 juni 2016. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet tijdig zekerheid stelde voor betaling van de sanctie. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat een nadere termijn had moeten worden gegund om alsnog zekerheid te stellen, omdat het draagkrachtverweer niet inhoudelijk was beoordeeld.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter niet had gehandeld volgens vaste jurisprudentie, die vereist dat bij een draagkrachtverweer een nadere termijn wordt gegund om zekerheid te stellen. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en besloot zelf de zaak te behandelen omdat inmiddels zekerheid was gesteld.
Daarnaast oordeelde het hof dat het recht op horen was geschonden omdat de gemachtigde niet adequaat was gehoord; het telefonisch benaderen met ingesproken boodschappen voldeed niet aan de hoorplicht volgens artikel 7:19 Awb Pro. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie werd gegrond verklaard en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.
Het hof verwierp de inhoudelijke bezwaren tegen de sanctie, bevestigde dat de bromfiets in strijd met het bord E3 was geplaatst en dat de verbalisant bevoegd was. Tot slot veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €501,- aan de betrokkene.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring en verklaart het beroep tegen de officier van justitie gegrond, terwijl het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond wordt verklaard.