ECLI:NL:GHARL:2021:4304
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenveroordeling na kort geding stalking en beslaglegging
Partijen hadden in 2015 een kortstondige relatie waarna appellant geïntimeerde meerdere malen stalkte, waarvoor hij in 2018 strafrechtelijk werd veroordeeld. Geïntimeerde startte in november 2019 een procedure met een schadevergoedingsvordering en legde conservatoir beslag op het aandeel van appellant in een woning. Appellant en een mede-eigenaar verkochten de woning kort daarna.
In het kort geding vorderden appellant en mede-eigenaar medewerking van geïntimeerde aan opheffing van het beslag en proceskostenveroordeling. Geïntimeerde trok haar proceskostenvordering in reconventie in. Partijen bereikten een minnelijke regeling behalve over de proceskosten. De voorzieningenrechter compenseerde de proceskosten in conventie en gaf geen beslissing over de ingetrokken reconventionele vordering.
Appellant stelde in hoger beroep dat geïntimeerde onnodig een procedure was gestart en dat hij volledig in de proceskosten veroordeeld moest worden. Het hof oordeelde dat compensatie terecht was vanwege de minnelijke regeling en de kortstondige relatie. Het bewijsaanbod werd gepasseerd omdat kort geding zich niet leent voor bewijslevering.
In hoger beroep werd appellant in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.