Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
30 juni 2020 die de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, binnengekomen bij de griffie van het hof op 29 september 2020;
- het verweerschrift in het principaal hoger beroep tevens beroepschrift in het incidenteel hoger beroep met producties;
3.Samenvatting en beslissing
principaal hoger beroepfaalt dus.
incidenteel hoger beroepkomt Ascom op tegen het oordeel van de kantonrechter inhoudende een compensatie van de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt. Volgens Ascom had het, gezien de ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [appellant] , in de rede gelegen om [appellant] in de proceskosten te veroordelen. Omdat [appellant] op dit punt geen verweer heeft gevoerd, ook niet ter zitting terwijl het incidenteel hoger beroep ook toen aan de orde is geweest (onder meer in het kader van de niet toegestane eiswijziging van Ascom naar een integrale proceskostenveroordeling), ziet het hof aanleiding het gevorderde in het incidenteel hoger beroep toe te wijzen.