Uitspraak
[bedrijf1],
[appellant zaak1],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
[appellante zaak2],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
-offerte) aan [geïntimeerden] c.s. gezonden voor een verbouwing van hun woonboerderij aan de [adres] te [woonplaats2] . In de offerte zijn de uit te voeren werkzaamheden genoemd onder vermelding van het uurtarief van € 30,- (exclusief btw). De offerte vermeldt een totale aanneemsom van € 115.779,58, bestaande uit uren/onderaannemers en materiaal.
Dakpanofferte) ten bedrage van € 39.065,42 inclusief materiaal en btw aan [geïntimeerden] c.s. gezonden voor het leggen van nieuwe pannen op het dak van de schuur.
[bedrijf1] -overeenkomst).
schilderofferte) hebben [geïntimeerden] c.s. als opdrachtgevers en [bedrijf1] als opdrachtnemer een overeenkomst gesloten voor het uitvoeren van (buiten)schilderwerkzaamheden (hierna: de
Schilderovereenkomst). De offerte vermeldt een prijs van € 15.635,- inclusief btw. De facturatie vindt als volgt plaats: 15% bij aanvaarding offerte; 25% na 2 weken aanvang werkzaamheden; 35% na 4 weken aanvang werkzaamheden; 25% na oplevering buiten schilderwerk. De eerste drie facturen zijn door [geïntimeerden] c.s. voldaan.
27 oktober 2017 een gesprek tussen [geïntimeerden] c.s. en [appellant zaak1] plaatsgevonden waarbij (zo blijkt uit het niet ondertekende gespreksverslag dat daarvan is opgemaakt) de voortgang, de kwaliteit van de werkzaamheden en ten onrechte in rekening gebrachte uren door [geïntimeerden] c.s. aan de orde zijn gesteld.
“In aansluiting op onze email van 1 november 2017, beantwoord ik, in opdracht van de heer [appellant zaak1] , op uw ingebrekestelling/gespreksverslag van 27 oktober 2017. (…)U geeft in het verslag aan dat het werk feitelijk medio juni/juli van dit jaar klaar had moeten zijn. Dit heeft u gebaseerd op offerte 20150403[hof: de [bedrijf2] -offerte]
en de reeds gewerkte uren in 2015 en 2016. Dit maakt direct inzichtelijk wat het grootste probleem is in deze situatie. De omschreven werkzaamheden, zoals genoemd in de betreffende offerte, worden reeds vanaf aanvang project niet (sic) gevolgd door steeds meer uitbreidingen, wijzigingen en toevoegingen in en aan het werk. Deze meerwerken zijn continu in opdracht gegeven door mevrouw [geïntimeerde2] en, in overleg met mevrouw, uitgevoerd. Hier wordt in uw verslag en in alle andere gesprekken met u volledig aan voorbij gegaan. Conform de rapportages van de heer [appellant zaak1] kan ik u melden dat er reeds 1.008 uren aan meerwerk in uitvoering zijn gebracht. Er zijn 927 uren aan de werkzaamheden uit de originele offerte besteedt.”
“a. De kozijnen die vervangen zijn, zijn qua vorm afwijkend en niet conform het origineel. De met [geïntimeerde2] en [geïntimeerde1] in juni 2017 afgesproken houtsoort (hardhout) is niet gebruikt, in plaats daarvan is vurenhout gebruikt.b. De vloer in de rechter voorkamer is verzakt en hangt door. De geoffreerde zwaluwplaten zijn niet gebruikt.c. De vloertegels liggen op diverse plaatsen niet vlak.d. De wandtegels in de douche zijn niet vlak en lopen niet evenwijdig en op gelijke afstand van elkaar.e. Het stucwerk door het hele huis is niet vlak, heeft gaten, bulten en andere oneffenheden.f. Eind augustus 2017 is [bedrijf1] er op gewezen dat er scheuren in het buitenschilderwerk zitten.g. In april 2017 is [bedrijf1] er op gewezen dat de verf die gebruikt is voor het buitenschilderwerk niet conform de offerte is.”
22 februari 2018 onderzoek gedaan naar door [appellant zaak1] verrichte werkzaamheden. Rinsema heeft een kostenraming gemaakt in manuren en materiaal van de door [bedrijf1] verrichte werkzaamheden in het jaar 2017. Rinsema komt op een kostenraming van € 50.855,- (inclusief btw). Rinsema heeft vastgesteld dat een deel van de werkzaamheden gebrekkig is uitgevoerd.
“(…) Nu de vele facturen voor reeds uitgevoerd werk door uw cliënt nog steeds niet zijn betaald is het begrijpelijk dat cliënt zijn werkzaamheden heeft opgeschort. Zoals u uit onderstaande reactie kunt opmaken is cliënt bereid zijn werkzaamheden voort te zetten en de klachten te onderzoeken indien er eerst een bedrag van 70% wordt betaald. Cliënt is bereid het werk af te ronden na ontvangst van een betaling van uw cliënt van € 14.000,-. Na ontvangst van de betaling worden de werkzaamheden hervat en afgerond. Een planningwordt in gezamenlijk overleg besproken en vastgelegd. Na afronding van de hervatte werkzaamheden zal het resterende bedrag van € 6.295,07 dan moeten worden overgemaakt door uw cliënte.”
3.De procedure bij de rechtbank
I. voor recht te verklaren dat [appellante zaak2] en [appellant zaak1] hoofdelijk dan wel gezamenlijk of afzonderlijk toerekenbaar tekort zijn gekomen in de nakoming uit hoofde van de [bedrijf2] -offerte;
II. voor recht te verklaren dat [appellant zaak1] toerekenbaar tekort is gekomen in de nakoming uit hoofde van de schilderofferte;
III. voor recht te verklaren dat [appellante zaak2] en [appellant zaak1] hoofdelijk dan wel gezamenlijk of afzonderlijk aansprakelijk zijn voor alle schade van [geïntimeerden] c.s. die het gevolg is van het niet (tijdig) nakomen van de [bedrijf2] -offerte;
IV. voor recht te verklaren dat [appellant zaak1] aansprakelijk is voor alle schade van [geïntimeerden] c.s. die het gevolg is van het niet (tijdig) nakomen van de schilderofferte.
Primair vorderden [geïntimeerden] c.s. in de procedure bij de rechtbank nakoming van de overeenkomsten uit hoofde van de [bedrijf2] -offerte en de schilderofferte. Zij vorderden [appellante zaak2] en [appellant zaak1] hoofdelijk dan wel gezamenlijk of afzonderlijk te veroordelen ten aanzien van de [bedrijf2] -offerte over te gaan tot het (laten) verrichten van herstelwerkzaamheden conform het deskundigenrapport van [naam3] en Rinsema en de werkzaamheden te hervatten, beide binnen veertien dagen na betekening van het vonnis met oplevering binnen twee maanden na betekening van het vonnis. Daarbij vorderden zij [appellant zaak1] te veroordelen ten aanzien van de schilderofferte over te gaan tot het (laten) verrichten van herstelwerkzaamheden conform het deskundigenrapport van [naam3] en Rinsema en de werkzaamheden te hervatten, beide binnen veertien dagen na betekening van het vonnis met oplevering binnen twee maanden na betekening van het vonnis.
Subsidiair hebben [geïntimeerden] c.s. gevorderd dat [appellante zaak2] en [appellant zaak1] hoofdelijk dan wel gezamenlijk of afzonderlijk worden veroordeeld een bedrag van € 71.320,- bij wijze van voorschot op de schadevergoeding te betalen.
4.De vorderingen in hoger beroep
- primair voor recht wordt verklaard dat de [bedrijf1] -overeenkomst is gesloten op regiebasis en dat [appellant zaak1] niet gehouden is de in de [bedrijf2] -offerte genoemde werkzaamheden tegen een vaste aanneemsom uit te voeren;
- subsidiair, indien wordt geoordeeld dat [appellant zaak1] gehouden is de werkzaamheden uit de [bedrijf2] -offerte uit te voeren voor een vaste aanneemsom, voor recht wordt verklaard dat [geïntimeerden] c.s. voor de resterende werkzaamheden uit de [bedrijf2] -offerte een bedrag van € 72.372,51 moeten betalen.
Ten aanzien van de herstelwerkzaamheden onder de [bedrijf1] -overeenkomst vordert [appellant zaak1] :
- primair voor recht te verklaren dat [geïntimeerden] c.s. de betaling van de in het petitum genoemde facturen ter hoogte van in totaal € 17.949,82 (gedeeltelijk) onterecht hebben opgeschort en [geïntimeerden] c.s. te veroordelen tot betaling van dit bedrag, althans € 14.000,- althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente;
- subsidiair, indien het hof oordeelt dat [geïntimeerden] c.s. de in het petitum genoemde facturen (gedeeltelijk) terecht hebben opgeschort, voor recht te verklaren dat [geïntimeerden] c.s. gehouden zijn het opgeschorte bedrag van € 3.949,82 te betalen na herstel van de door [bedrijf1] erkende gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden.
Ten aanzien van de herstelwerkzaamheden onder de Schilderovereenkomst vordert [appellant zaak1] :
- primair voor recht te verklaren dat [appellant zaak1] zijn verplichtingen onder de Schilderovereenkomst terecht heeft opgeschort en dat [geïntimeerden] c.s. de betaling van factuur 2017055 ter hoogte van € 2.345,25 (gedeeltelijk) onterecht hebben opgeschort, en [geïntimeerden] c.s. te veroordelen tot betaling van dit bedrag na afronding van de werkzaamheden onder de Schilderovereenkomst;
- subsidiair, indien het hof oordeelt dat [geïntimeerden] c.s. factuur 2017055 terecht hebben opgeschort, voor recht te verklaren dat [geïntimeerden] c.s. gehouden zijn het opgeschorte bedrag te betalen na afronding van de werkzaamheden onder de Schilderovereenkomst.
5.De beoordeling
In beide zaken speelt tot slot de discussie in hoeverre de overeengekomen werkzaamheden reeds zijn uitgevoerd en, voor zover deze zijn uitgevoerd, of sprake is van gebreken in het werk.
tijdig in de memorie van grieven - vermeerderd en deze vermeerdering van eis is niet in strijd met de goede procesorde. Het hof zal dan ook recht doen op de vermeerderde eis van [appellant zaak1] .
De vermeerderingen en wijzigingen van eis van de zijde van [geïntimeerden] c.s.
(zaaknummer 200.267.142)hun eis vermeerderd.
Daarnaast vorderen [geïntimeerden] c.s. in het kader van hun primaire grondslag tot nakoming een aanvullende schadevergoeding van [appellant zaak1] ter hoogte van € 2.750,- ter zake van de kosten van het rapport van [naam4] .
Tot slot vermeerderen [geïntimeerden] c.s. hun eis in die zin dat zij subsidiair partiële ontbinding van de overeenkomsten, gebaseerd op de offertes van 10 juni 2015 (de [bedrijf2] -offerte) en 21 februari 2017 (de schilderofferte) vorderen, waarbij [appellant zaak1] wordt veroordeeld tot betaling van € 9.408,75 en € 103.227,28 in het kader van ongedaanmakingsverplichtingen en tot betaling van € 52.495,- aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente.
zaaknummer 200.265.416)hebben [geïntimeerden] c.s. hun eis gewijzigd. Bij akte, binnengekomen bij het hof op 30 juni 2021, hebben zij gevorderd dat [appellante zaak2] wordt veroordeeld binnen een maand na betekening van het arrest verscheidene specifiek in de akte genoemde punten, gebaseerd op het rapport van [naam4] , te herstellen dan wel deugdelijk uit te voeren, zulks ter beoordeling van [naam4] .
De inhoud van de [bedrijf2] -overeenkomst
“Er zijn 927 uren aan de werkzaamheden uit de originele offerte besteedt”.Dit alles wijst erop dat een totaalbedrag voor arbeid, als onderdeel van een totale aanneemsom, door partijen overeengekomen is. Daarnaast vermeldt de offerte dat meerwerk in onderling overleg wordt verricht, terwijl ook door [naam1] wordt gesproken over ‘meerwerken’, wat alleen aan de orde is wanneer sprake is van een aannemingsovereenkomst met een vaste aanneemsom. Uit de offerte blijkt naar het oordeel van het hof onvoldoende duidelijk dat het [bedrijf2] voor ogen heeft gestaan op urenbasis met [geïntimeerden] c.s. af te rekenen voor de te verrichten werkzaamheden. De enkele zin bovenaan de offerte
“Afgesproken uurtarief ex btw 6% per 1 juli 21% € 30,00”is daartoe in ieder geval onvoldoende.
Na 1 november 2016 heeft [appellant zaak1] rechtstreeks aan [geïntimeerden] c.s. gefactureerd op basis van een
nieuwe overeenkomst die tussen [appellant zaak1] en [geïntimeerden] c.s. tot stand was gekomen. Omdat de gestelde gebreken zijn ontstaan na 1 november 2016, dienen [geïntimeerden] c.s. [appellant zaak1] aan te spreken en niet [appellante zaak2] .
Is het beroep op nakoming naar maatstaven van redelijkheid & billijkheid onaanvaardbaar?
Is de [bedrijf1] -overeenkomst gebaseerd op de [bedrijf2] -offerte?
Is de [bedrijf1] -overeenkomst gesloten op basis van regie of een vaste aanneemsom?
in de werkzaamheden en [appellant zaak1] gevraagd hebben duidelijk te maken waar hij mee bezig is. Gelet hierop gaat het hof er vanuit dat [appellant zaak1] de werkzaamheden naar eigen inzicht uitvoerde en dat [geïntimeerden] c.s. hierover geen regie hadden.
Tussenconclusie
vertonen, [appellant zaak1] deze in beginsel dient te herstellen. Het hof komt hier hierna, in rov. 5.5 e.v., op terug en zal om redenen van proceseconomie eerst ingaan op de overige geschilpunten tussen partijen.
Opschorting
Is het werk opgeleverd?
“Kozijn en de deur die in de hal boven staat zijn geverfd”zonder nadere toelichting geen aankondiging tot oplevering gelezen kan worden. Ook de stelling van [appellant zaak1] dat het werk, al dan niet ten dele, als opgeleverd moet worden beschouwd doordat [geïntimeerden] c.s. diverse kamers weer in gebruik hebben genomen maakt niet dat van oplevering sprake is. Vaststaat dat [geïntimeerden] c.s. gedurende de verbouwing in de woonboerderij zijn blijven wonen. Ook wanneer juist zou zijn dat [geïntimeerden] c.s. in dat kader gebruik hebben gemaakt van kamers waar op dat moment geen werkzaamheden (meer) werden verricht, ligt in die omstandigheid geen aanwijzing besloten dat de desbetreffende kamers formeel waren opgeleverd. Het tegendeel blijkt bovendien uit het gespreksverslag dat is opgemaakt naar aanleiding van het voortgangsgesprek op 6 juli 2017. Uit die notitie blijkt dat [geïntimeerden] c.s. op dat moment hebben aangegeven dat met het overgrote deel van de werkzaamheden uit de [bedrijf2] -offerte nog niet was begonnen, dat [appellant zaak1] is gevraagd duidelijk te maken waaraan gewerkt wordt en dat eerst iets wordt afgemaakt voordat met iets nieuws begonnen wordt. Deze verklaringen van [geïntimeerden] c.s. weerspreken de stelling van [appellant zaak1] dat hij de woonboerderij kamer voor kamer renoveerde waarna per kamer werd opgeleverd.
Hebben [geïntimeerden] c.s. hun klachtplicht geschonden?
Hebben [geïntimeerden] c.s. hun rechten om op vermeende gebreken een beroep te doen verloren
Is sprake van eigen schuld aan de zijde van [geïntimeerden] c.s.?
Is de opschorting door [geïntimeerden] c.s. in strijd met redelijkheid en billijkheid?
Rechtvaardigt de omvang van de gebreken de opschorting door [geïntimeerden] c.s.?
De Schilderovereenkomst
buitende [bedrijf2] -offerte heeft verricht, geldt het volgende.
De benoeming van een deskundige
uitsluitendbewijs door bewijsstukken wensen te leveren, zij die stukken op de roldatum
8 februari 2022in het geding dienen te brengen;
beidepartijen, van hun advocaten en van de getuigen zal opgeven op de roldatum
8 februari 2022, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;
8 februari 2022voor het gelijktijdig nemen van de hiervoor onder rov. 5.5.5 t/m 5.5.7 bedoelde aktes;
28 december 2021.