In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen een verstekvonnis van de kantonrechter inzake een bemiddelingsovereenkomst voor huurwoningen. Appellant vorderde schadevergoeding wegens oplichting door geïntimeerde, die onder een handelsnaam opereerde maar niet op het opgegeven adres aanwezig was.
Het hof nam de eerdere tussenarrest over en beoordeelde nadere bewijsstukken, waaronder e-mailoproepen en telefonische contacten, waarmee appellant aantoonde dat de reizen voor bezichtiging van huurwoningen in opdracht van geïntimeerde plaatsvonden. Schriftelijke verklaringen van appellant en zijn familie ondersteunden dit.
Het hof oordeelde dat de schadeposten voor de reizen terecht waren en toewijsbaar, tezamen €3.048,40, plus een eerder vastgesteld bedrag van €2.555,45, totaal €5.603,85. Daarnaast werden wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van €678,64 toegewezen.
Het verstekvonnis werd vernietigd, de vorderingen grotendeels toegewezen en geïntimeerde veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, incassokosten en proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.