ECLI:NL:GHARL:2020:8695
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op loon tijdens situatieve arbeidsongeschiktheid bij weigering re-integratiewerkzaamheden
Appellante was in dienst als stalhulp en raakte arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Na een plan van aanpak voor aangepaste werkzaamheden weigerde zij deze werkzaamheden voort te zetten na een conflict met de bedrijfsarts en vermeende druk van de werkgever.
De kantonrechter wees haar loonvordering af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de werkzaamheden passend waren en dat het arbeidsconflict met de bedrijfsarts geen rechtvaardiging bood voor het niet verrichten van werk. Ook het vermeende wantrouwen en druk van de werkgever waren onvoldoende gemotiveerd om de weigering te rechtvaardigen.
Het hof stelde dat de verstoring van de arbeidsverhouding vooral aan het optreden van de bedrijfsarts werd toegeschreven, maar dat dit niet voor rekening van de werkgever komt. De weigering om mee te werken aan een nieuw medisch onderzoek was onvoldoende om het loon door te betalen.
De kosten van het hoger beroep werden aan appellante opgelegd. Het arrest bevestigt de toepassing van het arrest Mak/SGBO omtrent situatieve arbeidsongeschiktheid en de voorwaarden waaronder loonbetaling kan worden geweigerd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op loon over de periode 1 maart tot en met 31 juli 2017 wegens weigering passende re-integratiewerkzaamheden.