Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellant],
[appellante],
[appellanten] c.s.,
Rabohypotheekbank N.V.
Rabobank,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat centraal of Rabobank in 2004 een te hoge hypothecaire lening heeft verstrekt aan een advocaat, waarbij de bank uitging van het door hem opgegeven inkomen. Het hof stelt vast dat Rabobank adequaat onderzoek heeft gedaan naar het inkomen en dat het uitgangspunt van € 104.000,- als fiscaal arbeidsinkomen gerechtvaardigd was. De bank heeft daarmee niet onrechtmatig gehandeld door de lening te verstrekken.
Daarnaast is de OpMaat kapitaalverzekering onderdeel van het geschil. Het hof oordeelt dat dit product een complex beleggingsverzekeringsproduct is met onzekere opbrengsten. Rabobank heeft erkend dat de communicatie over de premieopbouw niet helder was en heeft compensatie aangeboden, maar de hoogte daarvan is onduidelijk. Het hof beveelt nadere toelichting van Rabobank over de afkoopwaarde en de gevolgen van een recente uitspraak over collectieve procedures.
Verder wijst het hof het betoog af dat de executie van de woonboerderij onrechtmatig was, aangezien de betalingsachterstanden en het staken van betalingen door de leners daartoe leidden. De verkoopprocedure en opbrengst worden eveneens als rechtmatig beoordeeld.
De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken over de restschuld en de afkoopwaarde van de kapitaalverzekering, waarna partijen zich kunnen uitlaten. Het hof bevestigt de zorgplicht van banken bij kredietverlening, maar oordeelt dat Rabobank hieraan heeft voldaan.
Uitkomst: Het hof verwerpt de stelling van overkreditering en wijst de vordering van Rabobank toe, maar houdt de zaak aan voor nadere toelichting over de afkoopwaarde van de kapitaalverzekering.