ECLI:NL:GHARL:2020:746
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bestuurdersaansprakelijkheid leaseovereenkomst Porsche
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of geïntimeerde appellant onder valse voorwendselen had bewogen een leaseovereenkomst te ondertekenen voor een Porsche, met het vooropgezette plan om leasetermijnen onbetaald te laten en aansprakelijkheid te ontlopen.
Appellant en zijn vader werden gehoord als getuigen, evenals geïntimeerde zelf in contra-enquête. Appellant stelde dat geïntimeerde een lege BV had verworven om een leasecontract over te nemen en dat hij hem voor € 500,- had gevraagd de overeenkomst te tekenen. Geïntimeerde ontkende betrokkenheid bij het leasecontract en stelde dat hij de Porsche nooit had gezien.
Het hof oordeelde dat appellant niet aan zijn bewijsopdracht had voldaan. De verklaringen boden onvoldoende concrete aanwijzingen voor het vooropgezette plan van geïntimeerde. Ook de beweringen over het gebruik van de Porsche en het indienen van jaarcijfers werden door geïntimeerde betwist en niet overtuigend onderbouwd.
Daarom werd geconcludeerd dat niet is komen vast te staan dat geïntimeerde onrechtmatig had gehandeld jegens appellant. Het hof bekrachtigde het eerdere vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant niet heeft bewezen dat geïntimeerde hem onder valse voorwendselen deed tekenen voor de leaseovereenkomst en veroordeelt appellant in de kosten.