ECLI:NL:GHARL:2020:7093

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 september 2020
Publicatiedatum
9 september 2020
Zaaknummer
200.279.484
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:130 BWArt. 358 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bij vernietiging VvE-besluit

Verzoekster heeft bij de kantonrechter een verzoek ingediend tot vernietiging van een besluit van de Vereniging van Eigenaren (VvE) van 30 januari 2019. De kantonrechter wees dit verzoek op 9 maart 2020 af. Tegen deze eindbeschikking stelde verzoekster hoger beroep in, maar dit beroepschrift werd ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn van één maand zoals voorgeschreven in artikel 5:130 lid 3 BW Pro.

Het hof heeft partijen gevraagd zich uit te laten over de tijdigheid van het beroepschrift. De VvE voerde aan dat het beroepschrift te laat was, terwijl verzoekster betoogde dat de reguliere beroepstermijn van artikel 358 Rv Pro van toepassing zou zijn omdat er volgens haar geen besluit in de zin van artikel 5:130 lid 1 BW Pro was genomen.

Het hof oordeelde dat de beroepstermijn van één maand uit artikel 5:130 lid 3 BW Pro onverkort van toepassing is en dat verzoekster te laat hoger beroep heeft ingesteld. De inhoudelijke gronden van de afwijzing door de kantonrechter zijn daarbij niet relevant. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde verzoekster in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.279.484
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 7554401)
beschikking van 9 september 2020
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [A] ,
verzoekster in hoger beroep,
verzoekster in eerste aanleg,
hierna: [verzoekster] ,
advocaat: mr. C. Claessens,
tegen:
de vereniging
Vereniging van Eigenaren van het Serviceflatgebouw “Biltsteyn” gelegen te De Bilt Biltsteyn 2 tot en met 156 (even nummers),
gevestigd te De Bilt,
verweerster in hoger beroep,
verweerster in eerste aanleg,
hierna: de VvE,
advocaat: mr. R.W. Nederveen.

1.De procedure bij de kantonrechter

Voor de procedure bij de kantonrechter verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland zoals opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter van 9 maart 2020.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Bij beroepschrift van (per fax) 8 juni 2020 en (per post) 11 juni 2020 is [verzoekster] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter. Ze verzoekt het hof om de uitspraak van de kantonrechter te vernietigen en haar verzoeken alsnog toe te wijzen.
2.2
Bij brief van 24 juli 2020 heeft het hof partijen gevraagd zich uit te laten over de tijdigheid van het door [verzoekster] ingediende beroepschrift, gelet op de beroepstermijn van één maand zoals bepaald in artikel 5:130 lid 3 BW Pro.
2.3
In een akte bij brief van 28 juli 2020 heeft de VvE aangevoerd dat het beroepschrift te laat is ingediend; zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [verzoekster] .
2.4
Bij (fax)brief van (eveneens) 28 juli 2020 heeft [verzoekster] aangevoerd dat op de (eerst) voorliggende vraag of op de vergadering van 30 januari 2019 een ‘besluit’ is genomen door de VvE in de zin van artikel 5:130 lid 1 BW Pro de reguliere hoger beroepstermijn van artikel 358 Rv Pro van toepassing is, zodat haar beroepschrift tijdig is ingediend.
2.5
Partijen hebben bij (fax)brieven van 17 augustus 2020 respectievelijk
19 augustus 2020 aan het hof medegedeeld om proceseconomische redenen af te zien van een mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid van [verzoekster] .
2.6
Het hof heeft vervolgens uitspraak bepaald.

3.De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1
De vraag die in deze zaak voorligt, is of [verzoekster] ontvankelijk is in haar hoger beroep. Anders dan [verzoekster] betoogt, is het hof van oordeel dat [verzoekster] te laat hoger beroep heeft ingesteld nu de termijn van artikel 5:130 lid 3 BW Pro van één maand op dat moment reeds geruime tijd was verstreken.
3.2
Artikel 5:130 lid 1 BW Pro bepaalt, kort weergegeven, dat de vernietiging van een besluit van een orgaan van de vereniging van eigenaars geschiedt door een uitspraak van de kantonrechter op verzoek van degene die vernietiging kan vorderen. Artikel 5:130 lid 3 BW Pro bepaalt, samengevat, dat hoger beroep slechts kan worden ingesteld binnen een maand na de dagtekening van de eindbeschikking. [verzoekster] heeft in haar verzoekschrift in eerste aanleg op grond van artikel 5:130 lid 1 BW Pro verzocht om vernietiging van het besluit van de VvE van 30 januari 2019. De kantonrechter heeft mondeling op 9 maart 2020 uitspraak gedaan (eindbeschikking gegeven) en het verzoek van [verzoekster] daarbij afgewezen. Op grond van artikel 5:130 lid 3 BW Pro had [verzoekster] tegen deze (afwijzende) eindbeschikking binnen een maand na dagtekening daarvan hoger beroep moeten instellen. Op welke inhoudelijke gronden het verzoek van [verzoekster] door de kantonrechter is afgewezen (namelijk dat er volgens de kantonrechter geen sprake is van een ‘besluit’ in de zin van artikel 5:130 lid 1 BW Pro zodat er niets te vernietigen is), doet daarbij niet ter zake. Artikel 5:130 lid 3 BW Pro maakt geen onderscheid in de duur van de hoger beroepstermijn op grond van de inhoud van de eindbeschikking en [verzoekster] heeft ook niet toegelicht waarom artikel 5:130 lid 3 BW Pro op deze wijze (die rechtsonzekerheid met zich brengt) moet worden uitgelegd.
3.3
Gelet op het voorgaande zal het hof [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaren omdat zij te laat hoger beroep heeft ingesteld. Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt door het hof niet toegekomen.
3.4
Omdat [verzoekster] niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal het hof haar veroordelen in de kosten van het hoger beroep. Deze worden aan de zijde van de VvE begroot op een halve procespunt aan salaris voor advocaat conform liquidatietarief nu de VvE (enkel) een korte akte heeft ingediend in het kader van de ontvankelijkheid van [verzoekster] .

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep van de beschikking van
9 maart 2020;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de VvE vastgesteld op € 537,= voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, S.C.P. Giesen en
D.M.I. de Waele en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2020.