Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.1. Het verdere verloop van de procedure
- een verzoek tot het treffen van een provisionele voorziening met productie(s), ingekomen op 25 mei 2020;
- een brief van de GI van 19 juni 2020 met productie(s).
2.De beoordeling
De GI heeft aangegeven dat zij op grond van goed hulpverlenerschap niet langer uitvoering kan geven aan de door het hof opgelegde tijdelijke zorgregeling. De GI vindt dat zij haar wettelijke taak als belangenbehartiger van [de minderjarige] niet goed zou uitvoeren als zij de zorgregeling zou voortzetten.
Sinds de GI op 19 mei 2020 de zorgregeling heeft stopgezet is [de minderjarige] in positieve zin veranderd en tot rust gekomen, zo hebben de school en de therapeute van [de minderjarige] verklaard.