Uitspraak
Overwegingen
Beslissing
[jeugdige].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van een jeugdige tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. De rechtbank had de verlenging met een jaar en aanvullende bijzondere voorwaarden opgelegd.
Het hof heeft overwogen dat op grond van artikel 77ta, tweede lid, Sr de maatregel een jaar na de voorwaardelijke beëindiging van rechtswege onvoorwaardelijk eindigt. Hoewel verlenging van de voorwaardelijke beëindiging mogelijk is, regelt de wet niet dat deze voortduurt tijdens de behandeling van een vordering tot verlenging. Artikel 6:6:11 Sv Pro is niet van overeenkomstige toepassing op deze verlenging, en de wetsgeschiedenis biedt geen aanknopingspunten voor een ruimere interpretatie.
Het hof concludeert dat de wetgever sinds de inwerkingtreding van de regeling in 2011 geen stappen heeft gezet om deze lacune te herstellen, waardoor de rechter niet bevoegd is tot verlenging nadat de maatregel onvoorwaardelijk is geëindigd. Ondanks de mogelijke maatschappelijke gevolgen acht het hof het niet passend om de wet ruimer uit te leggen.
Daarom vernietigt het hof de beslissing van de rechtbank en wijst het de vordering tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel af. De vordering tot wijziging van de voorwaarden is daarmee niet meer aan de orde.
Uitkomst: De vordering tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel wordt afgewezen en de beslissing van de rechtbank vernietigd.