Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
6.De slotsom
€ 318,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Next Finance vorderde betaling van een restschuld uit een effectenleaseovereenkomst die was geëindigd met een restschuld. De kantonrechter wees de vordering toe, maar het hof oordeelde anders in hoger beroep.
De appellant betwistte de geldigheid van de overeenkomst en stelde dat de vordering was verjaard. Hij voerde aan dat de stuitingsbrieven niet waren verzonden of ontvangen. Next Finance kon niet aantonen dat de brieven daadwerkelijk waren verzonden, noch dat zij de appellant hadden bereikt, mede omdat de brieven aan onjuiste adressen waren gericht.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 3:37 lid 3 BW Pro een verklaring de geadresseerde moet bereiken om werking te hebben, en dat het aan Next Finance was om te bewijzen dat de stuitingsbrieven waren verzonden naar een adres waar de appellant kon worden bereikt. Dit bewijs ontbrak.
Gelet op het ontbreken van stuiting binnen de verjaringstermijn was de vordering verjaard. Het beroep op het doorgeven van adreswijzigingen door de appellant faalde omdat de brieven niet aan het contractuele adres waren gericht. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering af, veroordeelde Next Finance in de kosten en kende wettelijke rente toe over de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Next Finance wordt afgewezen wegens verjaring omdat stuitingsbrieven niet zijn verzonden of ontvangen.