Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
10 mei 2017, 27 september 2017, 7 februari 2018, 8 augustus 2018 en 7 augustus 2019 die de rechtbank heeft gewezen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure betreft het een tussentijds hoger beroep van meerdere tussenvonnissen van de rechtbank Gelderland, die de procedure in Nederland hebben aangehouden in afwachting van een Turkse procedure over een aandeelhoudersgeschil.
Appellant heeft zonder verlof hoger beroep ingesteld tegen deze tussenvonnissen. Het hof stelt vast dat de rechtbank geen verlof heeft verleend voor tussentijds hoger beroep en dat het verzoek daartoe is afgewezen. De tegenpartij is verstek verleend wegens niet verschijnen.
Het hof overweegt dat artikel 337 lid 2 Rv Pro bepaalt dat tussentijds hoger beroep slechts tegelijk met het eindvonnis kan worden ingesteld, tenzij anders bepaald. De jurisprudentie laat geen uitzondering toe op deze regel. Het verzoek van appellant om ontvankelijk te worden verklaard wordt dan ook afgewezen.
Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk en veroordeelt hem in de kosten van het hoger beroep, die aan de zijde van geïntimeerde op nihil worden begroot.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het tussentijds hoger beroep wegens ontbreken van verlof.