Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
procedure bij dit hof onder zaaknummer 200.266.141).
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
zaaknummer 200.266.141) eveneens mondeling behandeld. Het hof is in die procedure van oordeel dat de beschikking van de rechtbank van 12 juni 2019 waarbij het gezag van de vader en de moeder is beëindigd, moet worden bekrachtigd. Het hof geeft in die procedure eveneens een beschikking op 27 februari 2020. In verband met de bekrachtiging van die gezagsbeschikking heeft de vader vanaf 12 juni 2019 geen gezag meer over de kinderen en is vanaf die datum geen sprake meer van een uithuisplaatsing, maar heeft de GI de voogdij over de kinderen.