Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de vraag of er een zorgregeling moet worden vastgesteld tussen de vader en zijn minderjarige kind na een echtscheiding. De vader verzocht om omgangscontacten, waaronder maandelijkse weekendbezoeken en wekelijkse belcontacten, maar de rechtbank wees dit af.
In hoger beroep bevestigt het hof deze beslissing. Het kind, geboren in 2004, heeft ernstige bezwaren tegen contact met zijn vader en wil geen veranderingen in zijn stabiele leefsituatie bij zijn moeder en haar partner. Het hof acht het belang van het kind zwaarwegend en stelt dat omgang met de vader schadelijk zou zijn. De vader heeft onvoldoende betrokkenheid getoond, wat het vertrouwen van het kind schaadt.
Mediation en proefcontacten worden afgewezen omdat de moeder niet bereid is mee te werken en het risico op teleurstelling voor het kind groot is. Het hof benadrukt dat de vader in de toekomst een nieuw verzoek kan indienen als hij positieve veranderingen aantoont. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd; er komt geen zorgregeling tussen vader en kind.