ECLI:NL:GHARL:2019:8434
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht bank en rechtmatigheid opzegging kredietovereenkomst na uitholling pandrecht
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of Staalbankiers haar zorgplicht had geschonden bij de verstrekking van een krediet aan appellant en of de bank de kredietovereenkomst rechtmatig had opgezegd. De kredietovereenkomst uit 2004 betrof een roll-over lening van € 2 miljoen in Zwitserse Franken, met als doel de afbouw van een lening bij EL Beheer, de holding van appellant.
Appellant stelde dat het krediet risicovol was en dat de bank haar zorgplicht had geschonden door het krediet te verstrekken zonder hem voldoende te informeren en te waarschuwen, mede omdat het krediet niet werd gebruikt om de lening bij EL Beheer af te lossen maar voor beleggingen. Het hof concludeerde echter dat appellant onvoldoende onderbouwde dat sprake was van overkreditering of dat de bank haar zorgplicht had geschonden. Ook het feit dat het een lening in Zwitserse Franken betrof, maakte dit niet anders.
Het geschil spitste zich verder toe op de rechtmatigheid van de opzegging van de kredietovereenkomst in 2012. Appellant had zonder toestemming van de bank een hypotheekrecht gevestigd op het landgoed, hetgeen leidde tot een waardevermindering van het pandrecht van de bank. Het hof oordeelde dat deze verhypothekering in strijd was met de pandakte en dat de bank daardoor gerechtigd was het krediet onmiddellijk op te eisen en op te zeggen. De opzegging was niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Ten slotte oordeelde het hof dat appellant geen recht had op vergoeding van schade wegens de opzegging en dat Staalbankiers geen hogere rente dan het overeengekomen Libortarief mocht rekenen. De schadestaatprocedure werd vernietigd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde appellant in de kosten van het principaal hoger beroep en Staalbankiers in de kosten van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart de opzegging van de kredietovereenkomst rechtmatig en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, behoudens de schadestaatprocedure.