Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde verzet in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht van €126.
Belanghebbende voerde aan dat hij het griffierecht wel had betaald of subsidiair dat hij niet in staat was het griffierecht te voldoen vanwege betalingsonmacht. Hij overhandigde financiële bescheiden ter onderbouwing.
Het hof onderzocht de gestelde betalingsonmacht aan de hand van de criteria uit jurisprudentie, waarbij het inkomen van belanghebbende in de toetsingsperiode (13 juli 2018 tot 8 november 2018) centraal stond. Belanghebbende ontving een WIA-uitkering van netto €1.792,88 per maand, wat hoger was dan 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande (€996,56).
Hierdoor kon niet worden aangenomen dat sprake was van betalingsonmacht. Het hof bevestigde dat het griffierecht niet was betaald en verklaarde het verzet ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzitter P. van der Wal op 17 september 2019.
Uitkomst: Het verzet van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij betalingsonmacht had voor het griffierecht.