ECLI:NL:GHARL:2019:6150
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling en bepaalt voortzetting
In eerste aanleg was aan appellanten de wettelijke schuldsaneringsregeling toegekend, maar deze werd tussentijds beëindigd door de rechtbank vanwege vermoedens van een schijnconstructie bij de verkoop van hun agrarische onderneming. De rechtbank oordeelde dat appellanten samen met hun zoon fosfaatrechten tegen een te lage waarde hadden verkocht, waardoor schuldeisers benadeeld zouden zijn.
In hoger beroep heeft het hof de feiten opnieuw gewogen. Het hof stelde vast dat de verkoop onder zware druk van de bank plaatsvond, die de financiering stopzette en de boerderij wilde verkopen. De marktwaarde was getaxeerd op €766.000, maar de verkoopprijs bedroeg €720.000. De fosfaatrechten werden in het bod slechts laag gewaardeerd, hoewel de potentiële waarde hoger was.
Het hof vond echter onvoldoende bewijs voor een vooropgezet plan van appellanten om schuldeisers te benadelen. De zogenaamde constructie met toetreding en uittreding van B.V.'s was op verzoek van de koper om fosfaatrechten veilig te stellen. De schuldsaneringsregeling verliep verder naar behoren. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de regeling wordt voortgezet.
Uitkomst: Het hof vernietigt de tussentijdse beëindiging en bepaalt dat de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet.