Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant 1] ,
[appellant 2]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de daarin vervatte nalatenschap van erflaatster, waarbij appellanten en geïntimeerde 1 samen erfgenamen zijn. De Hoge Raad vernietigde eerder een arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
Appellanten vorderden onder meer betaling van een gebruiksvergoeding voor het alleengebruik van een woning door geïntimeerde 1 en de verdeling van huuropbrengsten van een ander registergoed. Het hof stelde vast dat appellanten en geïntimeerde 1 ieder voor een derde deel gerechtigd zijn in de nalatenschap, ondanks dat geïntimeerde 1 namens appellanten de nalatenschap had verworpen.
Het hof oordeelde dat geïntimeerde 1 aan appellanten een gebruiksvergoeding van € 19.133,34 per persoon moet betalen over de periode 2001-2014, vermeerderd met wettelijke rente, en dat hij tevens € 33.894,04 per persoon moet betalen uit de huuropbrengsten van het registergoed. De eerdere vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd, en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Geïntimeerde 1 is veroordeeld tot betaling van gebruiksvergoeding en huurpenningen aan appellanten, met bekrachtiging van eerdere vonnissen.