Belanghebbende verzocht de gemeente Buren om kopieën van documenten, waarvoor een legesnota van €8 werd opgelegd. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De heffingsambtenaar stelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens misbruik van recht, maar het hof verwierp dit standpunt omdat zwaarwichtige gronden ontbraken. Vervolgens beoordeelde het hof of de legesverordening voldeed aan de kostendekkendheidseis van artikel 229b van de Gemeentewet.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had gegeven in de ramingen van baten en lasten, waardoor niet kon worden vastgesteld of de opbrengstlimiet was overschreden. Dit leidde tot de conclusie dat de gehele verordening verbindende kracht mist en de legesnota vernietigd moet worden.
Daarnaast wees het hof het bezwaar van misbruik van recht af en kende belanghebbende proceskosten toe van €1.790. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de legesnota van de heffingsambtenaar, en wees het anders of meer gevorderde af.