De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaren wegens moord op zijn ex-vrouw. Hij had haar bedwelmd met ether en vervolgens verstikkend geweld toegepast door een kussen op haar gezicht te drukken, wat leidde tot haar overlijden.
Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk en met voorbedachte raad handelde. Dit werd onderbouwd door zijn internetzoekgeschiedenis, aankopen van ether, getuigenverklaringen over zijn haat en plannen, en zijn eigen verklaringen over de gebeurtenissen. Verdachte ontkende opzet en voorbedachte raad, maar het hof verwierp deze verweren.
De rechtbank had verdachte eerder ook veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, maar het hof vernietigde het vonnis voor zover het oordeel betreft en deed opnieuw recht. Het hof sprak verdachte vrij van medeplegen omdat onvoldoende bewijs daarvoor was. De straf werd passend geacht gezien de ernst van het misdrijf, het leed van de nabestaanden en het misbruik van vertrouwen binnen het gezin.