ECLI:NL:GHARL:2019:10814

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
17 december 2019
Zaaknummer
WAHV 200.220.099
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking snelheidsovertreding wegens onduidelijkheid meetmethode

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter Gelderland betreffende een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom. Betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het rijden met 29 km/u te hard op 24 april 2016 op de Nijmeegseweg te Arnhem. De kantonrechter had het beroep van betrokkene tegen de officier van justitie gegrond verklaard, maar het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.

De gemachtigde van betrokkene stelde dat relevante informatie over de ijking van het meetapparaat ontbrak, met name het nummer van de digitale camera ontbrak in het dossier, waardoor niet kon worden vastgesteld dat het meetmiddel geijkt was. Tevens bleek uit het dossier dat de snelheid was gemeten met lusdetectie, terwijl in het zaakoverzicht radarapparatuur werd vermeld. De advocaat-generaal had deze tegenstrijdigheid niet opgemerkt.

Het hof oordeelde dat door deze onduidelijkheid de inleidende beschikking niet in stand kon blijven en vernietigde de sanctiebeschikking. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten aan betrokkene, vastgesteld op € 768,-. Het arrest werd gewezen door mr. Sekeris en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onduidelijkheid over het gebruikte meetmiddel en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

WAHV 200.220.099
17 december 2019
CJIB 197628663
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland
van 7 juli 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Hierbij is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De bezwaren van de gemachtigde richten zich - onder meer - tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij deze inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 309,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, met 29 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 24 april 2016 om 17:03 uur op de Nijmeegseweg te Arnhem met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. Deze bezwaren houden in dat relevante informatie met betrekking tot de ijking ontbreekt. De foto's in het dossier vermelden weliswaar het nummer van de meeteenheid, maar het nummer van de camera is slechts aangegeven met "----". Hier dient het nummer van de digitale camera te staan zoals te vinden in de NMi-verklaring. Nu niet kan worden vastgesteld dat de combinatie van meeteenheid en camera die in de NMi-verklaring wordt genoemd de desbetreffende foto's heeft genomen, kan niet worden uitgegaan van een geijkt meetmiddel en staat niet vast dat de gedraging is begaan. De gemachtigde verwijst hierbij naar een tussenarrest van het hof van 10 maart 2017 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:2045) en het daarop gevolgde eindarrest van het hof van
17 mei 2017 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:4167).
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 82 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 79 km per uur.
Toegestane snelheid : 50 km per uur.
Overschrijding met : 29 km per uur. (…)
De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”
4. Het dossier bevat voorts twee foto's van de gedraging. Daarop is te zien dat het voertuig met bovenvermeld kenteken ter plaatse rijdt. De gedragingsgegevens die zijn vermeld in de databalk bovenaan de foto's komen overeen met de gedragingsgegevens zoals die zijn opgenomen in de inleidende beschikking.
Voorts is bovenaan de foto's vermeld, voor zover van belang:
TS-SR520 71154/-----
Code: 3040
Loop: 2500
TP6990
5. Uit de gegevens bij de foto leidt het hof af dat, in tegenstelling tot hetgeen hieromtrent in het zaakoverzicht is vermeld, de snelheid is gemeten door middel van lusdetectie. De gemachtigde verkeert, afgaande op de informatie die het zaakoverzicht hem heeft verschaft, kennelijk in de veronderstelling dat sprake was van radarapparatuur en heeft zijn verweer hierop ingericht. De advocaat-generaal heeft vorenomschreven tegenstrijdigheid niet opgemerkt dan wel hierover geen duidelijkheid verschaft.
6. Het hof is van oordeel dat met deze stand van zaken de inleidende beschikking niet in stand kan blijven en zal beslissen als hierna vermeld.
7. Nu de inleidende beschikking wordt vernietigd, ziet het hof aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding (vlg. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197). Aan het indienen van een hoger beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een administratief beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 768,-.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 197628663 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 768,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.