ECLI:NL:GHARL:2019:10096
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bij administratieve sanctie bromfietsverzekering
De betrokkene stelde beroep in tegen een administratieve sanctie van €330 wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor zijn bromfiets. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een deugdelijke machtiging van de gemachtigde [A].
Het hof stelde vast dat de afwijking in het CJIB-nummer in de machtiging onvoldoende was om twijfel te zaaien over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. De kantonrechter had het verzoek van [A] om te melden indien de machtiging onleesbaar was niet beantwoord. Daarom oordeelde het hof dat de machtiging geldig was en vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring.
Het hof beoordeelde vervolgens inhoudelijk het beroep tegen de sanctie. De sanctie betrof een overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). De betrokkene had geen gebruik gemaakt van de bromfiets sinds oktober 2014 vanwege diefstal, maar dit vormde geen bijzondere omstandigheid die matiging van de sanctie rechtvaardigde.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het beroep ongegrond.