Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Ommen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, eigenaar van een recreatiewoning in de gemeente Ommen, betwist de aanslag forensenbelasting van €1.025 over het jaar 2015. Hij stelt dat de aanslag niet in verhouding staat tot zijn gebruik van gemeentelijke voorzieningen, aangezien de woning aan een zandpad ligt dat hij en zijn buren zelf onderhouden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het Hof overweegt dat artikel 223 van Pro de Gemeentewet niet vereist dat er een verband bestaat tussen het profijt van gemeentelijke voorzieningen en de hoogte van de forensenbelasting. Het bezwaar is voldoende inhoudelijk behandeld, ook al is niet expliciet ingegaan op het zandpad en het zelfonderhoud.
Belanghebbende voerde verder aan dat de forse verhoging van de belasting discriminerend is en dat hij niet kon inspreken bij de gemeenteraad vanwege het niet ontvangen van het huis-aan-huisblad. Het Hof oordeelt dat de verhoging binnen de beleidsvrijheid van de gemeente valt en dat de verspreiding van het blad niet aan de heffingsambtenaar kan worden toegerekend.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag forensenbelasting van €1.025 blijft in stand.