Belanghebbende is eigenaar van een woning die op 30 september 2014 schade opliep door een aardbeving. Bij de WOZ-waardebepaling per 1 januari 2014 voor het jaar 2015 hield de heffingsambtenaar geen rekening met deze schade, waardoor de waarde te hoog werd vastgesteld. In bezwaar werd de waarde verminderd, maar de vergoeding van proceskosten werd geweigerd.
De rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk en kende een proceskostenvergoeding toe voor de bezwaarfase. De heffingsambtenaar ging hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar niet de normale zorgvuldigheid heeft betracht, omdat hij bij het vaststellen van de WOZ-waarde geen nader onderzoek heeft gedaan naar de aardbevingsschade terwijl hij daarvan op de hoogte was.
Het hof bevestigde dat sprake is van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid, waardoor de kosten van het bezwaar vergoed moeten worden. Ook het inschakelen van deskundige rechtsbijstand was niet onredelijk. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten van belanghebbende in de bezwaarfase en hoger beroep werden vastgesteld en toegewezen.