ECLI:NL:GHARL:2018:5386
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging administratieve sanctie wegens ontbreken reële mogelijkheid tot staandehouding bestuurder
In deze zaak ging het om een administratieve sanctie van €90,- opgelegd aan de kentekenhouder wegens het parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf. De betrokkene stelde dat de sanctie onterecht aan haar als kentekenhouder was opgelegd omdat de verbalisant de bestuurder had kunnen staande houden.
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard, maar het gerechtshof stelde vast dat het proces-verbaal van de kantonrechter niet was ondertekend, wat een ernstig vormgebrek opleverde. Het hof besloot daarom het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie zelf te beoordelen.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie had verzuimd te motiveren waarom van het horen was afgezien, maar dat dit motiveringsgebrek niet tot vernietiging hoefde te leiden omdat de betrokkene daardoor niet benadeeld was. Vervolgens stelde het hof vast dat er aanwijzingen waren dat de verbalisant contact had met de bestuurder en dat er dus een reële mogelijkheid tot staandehouding was geweest.
Omdat de sanctie op grond van artikel 5 Wahv Pro alleen aan de kentekenhouder mag worden opgelegd als geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestaat, vernietigde het hof de sanctiebeschikking en bepaalde dat de zekerheidstelling aan de betrokkene moest worden gerestitueerd. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De administratieve sanctie aan de kentekenhouder is vernietigd wegens een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder.