Uitspraak
kantoorhoudende te [kantoorplaats].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep is de beslissing van de kantonrechter bevestigd die het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde dat het horen had moeten plaatsvinden en dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd. Het hof oordeelde dat het horen achterwege mocht blijven omdat betrokkene niet om een hoorzitting had verzocht.
Hoewel de motivering van de officier van justitie gebrekkig was omdat niet was aangegeven op welke grond het horen was achterwege gelaten, leidde dit niet tot schending van het belang van betrokkene. De kantonrechter had dit terecht beoordeeld en de beslissing behoefde daarom niet te worden vernietigd.
Het hof verbeterde de gronden van de beslissing en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene, omdat het hoger beroep niet kennelijk ongegrond was. De vergoeding werd forfaitair vastgesteld op € 245,-.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter dat het horen terecht achterwege bleef en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten.