Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De man werd in januari 2017 failliet verklaard, waarna de rechtbank de kinderalimentatie met ingang van februari 2017 op nihil stelde. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de draagkracht van de man, de ingangsdatum en de duur van de nihilstelling onjuist waren vastgesteld.
Het hof oordeelde dat het faillissement een relevante wijziging van omstandigheden vormt die een hernieuwde beoordeling van de alimentatieverplichting rechtvaardigt. Volgens vaste jurisprudentie heeft een failliete onderhoudsplichtige in beginsel geen draagkracht voor alimentatie. Dit uitgangspunt geldt ook indien de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegepast, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders maken.
De man beschikte niet over draagkracht tijdens zijn faillissement en een eventueel daarop volgend schuldsaneringstraject. De nihilstelling van de alimentatie wordt daarom beperkt tot deze periode. Na afloop daarvan herleeft de oorspronkelijke alimentatieverplichting, en de man dient de vrouw daarvan direct op de hoogte te stellen. De ingangsdatum van de nihilstelling wordt vastgesteld op 1 februari 2017, omdat de vrouw vanaf die datum op de wijziging kon rekenen en er geen terugbetalingsverplichting ontstaat.
De grieven van de vrouw over de draagkracht en ingangsdatum faalden, maar haar grief over de onbepaalde duur van de nihilstelling slaagde. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover het de duur betreft en wijzigde de alimentatieplicht tot nihil voor de duur van het faillissement of een daarop aansluitend schuldsaneringstraject.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt nihil gesteld vanaf 1 februari 2017 tot het einde van het faillissement of een eventueel daarop volgend schuldsaneringstraject.