ECLI:NL:GHARL:2018:3861

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 april 2018
Publicatiedatum
24 april 2018
Zaaknummer
WAHV 200.221.537
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:19 AwbArt. 14, eerste lid, WahvArt. 9 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ingetrokken sanctie bij vaststelling dwangsom

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de officier van justitie tegen een beslissing van de kantonrechter Midden-Nederland betreffende de vaststelling van een dwangsom en kostenvergoeding aan betrokkene.

De kantonrechter had het beroep tegen het niet tijdig beslissen op een administratief beroepschrift gegrond verklaard en een dwangsom van €1260,- vastgesteld, alsmede de officier van justitie veroordeeld tot betaling van €495,- aan proceskosten. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in.

Het hof overwoog dat op grond van artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) hoger beroep slechts mogelijk is indien de sanctie na de beslissing van de kantonrechter meer bedraagt dan €70,-. Aangezien de initiële sanctie reeds was ingetrokken, is hoger beroep niet mogelijk. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Verder wees het hof de gevraagde proceskostenvergoeding aan de zijde van betrokkene toe, waarbij één punt werd toegekend met een wegingsfactor van 0,25, wat resulteerde in een vergoeding van €125,25 ten laste van de advocaat-generaal.

Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken ter openbare zitting op 24 april 2018.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de sanctie reeds is ingetrokken.

Uitspraak

WAHV 200.221.537
24 april 2018
CJIB 168404652
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 13 juli 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft verstaan dat door de betrokkene geen beroep is ingesteld tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing, het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het administratief beroepschrift en het niet vaststellen van een dwangsom gegrond verklaard en bepaald dat een dwangsom van € 1260,- aan de betrokkene is verschuldigd. Voorts heeft de kantonrechter de officier van justitie veroordeeld in de kosten ten behoeve van de betrokkene, tot een bedrag van € 495,-.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De gemachtigde van de betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Het hof heeft bij arrest van 3 april 2013 (gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2013:2333) bepaald dat, gelet op artikel 4:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het hoger beroep in voorkomende gevallen ook betrekking kan hebben op geschillen met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de dwangsom ingeval van niet-tijdig beslissen op een administratief beroep of op een verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding. Echter de mogelijkheid voor het hof om van een dergelijk geschil kennis te nemen is, gelet op de tekst van artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) beperkt tot die zaken waarin de opgelegde sanctie na de beslissing van de kantonrechter meer bedraagt dan € 70,-.
2. Het hof heeft in het arrest van 20 juli 2010 (WAHV 200.060.303, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3632), onder verwijzing naar de parallelle ontwikkeling van appelmogelijkheden ten aanzien van de strafrechtelijke overtredingen en Wahv-gedragingen, geoordeeld dat, indien de initiële sanctie meer dan € 70,- bedroeg, hoger beroep voor de officier van justitie ook open staat indien het oordeel van de kantonrechter heeft geleid tot vernietiging van de inleidende beschikking -dan wel daartoe had moeten leiden- op een van de gronden genoemd in artikel 9 Wahv Pro, waarbij zijn uitgezonderd die gevallen waarin de sanctie op nihil is gesteld op grond van de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder b, Wahv.
3. Nu de inleidende beschikking reeds in administratief beroep is ingetrokken door de opsporingsinstantie, staat voor de officier van justitie derhalve geen hoger beroep open. Daarom dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. De namens de betrokkene gevraagde kosten gemaakt in hoger beroep komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het verweerschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,- en gelet op de aard van de zaak (beroep niet tijdig beslissen en toekenning van een dwangsom) wordt de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 125,25.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 125,25,-, over te maken op bankrekeningnummer [00000] ten name van [B] te [C] .
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.