ECLI:NL:GHARL:2013:2333
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Dijkstra
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en ontvankelijkheid hoger beroep tegen vaststelling dwangsom in WAHV-procedure
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter over de vaststelling van de hoogte van een dwangsom die door de officier van justitie is verbeurd in het kader van een WAHV-procedure. De betrokkene had bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit en dwangsommen tot een bepaald bedrag opgeëist. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene deels gegrond verklaard en een dwangsom vastgesteld.
De advocaat-generaal stelde dat het hof niet bevoegd was het hoger beroep te behandelen omdat de sanctie niet meer dan €70 bedroeg en de beschikking door de officier van justitie was vernietigd. De betrokkene voerde aan dat het hof wel bevoegd was op grond van artikel 14, eerste lid, WAHV en artikel 4:19 Awb Pro, en dat anders het geschil aan geen enkele rechter zou kunnen worden voorgelegd, wat in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM Pro.
Het hof overwoog dat de tekst en strekking van artikel 14 WAHV Pro duidelijk maken dat hoger beroep alleen mogelijk is als de sanctie meer bedraagt dan €70. Aangezien de sanctie door de officier van justitie was ongedaan gemaakt, was het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het hof benadrukte dat het recht op toegang tot de rechter is gewaarborgd bij de kantonrechter en dat artikel 6 EVRM Pro geen recht op een hogere voorziening geeft. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet voldoen aan de sanctiedrempel van meer dan €70.