Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoekster],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter van 6 oktober 2017, waarbij de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen werd toegestaan.
De ouders betoogden dat de verlengingen ten onrechte waren uitgesproken omdat de machtigingen reeds waren verlopen toen de uitspraak werd gedaan. Het hof stelde vast dat de datum van uitspraak in de beschikking niet overeenkwam met de daadwerkelijke openbaarmaking, die pas na het verstrijken van de termijnen plaatsvond.
Op basis van jurisprudentie definieerde het hof de dag van uitspraak als de dag van openbaarmaking, namelijk wanneer de uitspraak ter griffie aanwezig is en partijen inzage kunnen krijgen. De ouders hadden aannemelijk gemaakt dat de uitspraak pas na 8 oktober 2017 openbaar was gemaakt, terwijl de machtigingen tot die datum liepen.
Het hof concludeerde dat de verlengingsverzoeken niet als eerste verzoeken konden worden opgevat en vernietigde de beschikking. Vervolgens wees het hof het verzoek tot verlenging alsnog af. De overige grieven behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en wijst het verzoek tot verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing af.