Uitspraak
[appellant],
LJ&R,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van de grieven en de vordering
10.Informatie van informanten
(…)
11.Beantwoording en interpretatie van de onderzoeksvragen
1. Is het in het belang van [C] , [D] en [E] om de hoofdverblijfplaats te wijzigen? Zo ja, welke zwaarwegende gronden liggen daar ten grondslag aan?
1. Wordt de ontwikkeling van [C] , [D] en [E] bedreigd?
Ja, het getouwtrek rondom de omgang en de voortdurende strijd en disfunctionele communicatie tussen ouders drukt de kinderen zodanig in een loyaliteitsconflict met als gevolg spanning en onrust. Dit blijkt al uit de dossieranalyse. Gevolgen die dit voor de kinderen heeft staan uitgebreid beschreven in de interpretatie van de proefcontacten. Zolang dit voortduurt staat de draagkracht van de kinderen onder druk en vormt een risico voor hun ontwikkeling.
2. Wat zijn de veroorzakende en in stand houdende factoren?
Meerdere malen is in het rapport beschreven dat de strijd tussen ouders en het opgroeien in een opvoedingssituatie waarin de vader neergezet wordt als agressor de kern van de bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen is.
3. Welke hulpverlening is geïndiceerd?
13. Besluit
"om aan te kunnen nemen dat de man de kinderen stelselmatig lastig valt, telefonisch of in persoon, dan wel dreigend gedrag ten opzichte van hen vertoont."
en het rapport van Fora van 2002 over en legt die beide rapporten met de gronden waarop deze berusten aan zijn beslissing ten grondslag. Anders dan de moeder acht het hof het onderzoek van de raad voldoende diepgaand en breed uitgevoerd. Alle instanties en personen die rond het gezin van de vader en de moeder en de kinderen betrokken zijn, zijn gehoord. Het hof acht met de raad een extra onafhankelijk onderzoek onnodig en bovendien te belastend voor de kinderen. Anders dan de moeder en de stichting(lees: LJ&R)
is het hof van oordeel dat het rapport van de raad niet door de ontwikkelingen is achterhaald en nog steeds actueel is, zoals de raad ook met nadruk heeft verklaard ter mondelinge behandeling in hoger beroep. Dat de moeder zich, zoals uit het plan van aanpak van de stichting van 26 augustus 2008 blijkt, thans meer openstelt in contact met de gezinsvoogd en voor contact met de vader is daartoe onvoldoende. Het hof acht zich met de rapportage van de raad en de gegevens waarop dat berust voldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen geven zodat geen noodzaak bestaat om een nader onderzoek te gelasten.
"Methodiek bij de aanpak van complexe scheidingen", een uitgave van Jeugdzorg Nederland, is de volgende passage opgenomen:
3.De vordering en de beslissing in eerste aanleg
4.De beoordeling van de grieven
"de gedachte dat de kinderen van verblijfplaats zouden moeten veranderen en bij de moeder zouden worden weggehaald bij haar een gevoel van weerstand opriep."Volgens hem getuigt dat niet van een neutrale houding.
"Methodiek bij de aanpak van complexe scheidingen"berust zijn stellingname op een selectieve lezing van dit stuk. Het gaat er om dat in complexe situaties waarin de ouders er na verloop van tijd niet in slagen de omgang van de niet-verzorgende ouder met de kinderen te verbeteren door de jeugdbeschermer moet worden ingegrepen. Daarbij worden als mogelijkheden geschetst het tijdelijk verbreken van het contact met één van de ouders, een andere verdeling van de zorg en al dan niet tijdelijk éénhoofdig gezag. Bij de beslissing om in te grijpen en bij de keuze voor een van deze mogelijkheden is telkens het belang van het kind leidend. Uit de door [appellant] overgelegde brief van zijn vertrouwenspersoon [P] van
"Methodiek bij de aanpak van complexe scheidingen". Verder komt hetgeen de voorzitter van Jeugdzorg Nederland zou hebben verklaard in televisie- en radioprogramma's, voor zover dit al zou afwijken van meergenoemde passage, niet voor rekening van LJ&R.