Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
legal aid), dat voldoende bescherming biedt aan daarvoor in aanmerking komende personen [11] . Het EHRM onderkent in dit verband dat van overheidswege gefinancierde rechtsbijstand niet mogelijk is zonder selectiemechanismen [12] . Tegen die achtergrond mag gefinancierde rechtsbijstand afhankelijk worden gesteld van de financiële positie van de rechtzoekende en van de slagingskansen van een eventuele procedure [13] .
to ensure assistance by successive legal-aid lawyers for the purposes of pursuing legal remedies which have already been found not to offer reasonable prospects of success”) [14] . Wel stelt het EHRM kwaliteitseisen aan de weigering door een toegevoegde advocaat. Deze kwaliteitseisen zien met name op het tijdstip en de vorm van de weigering. Achtergrond hiervan is een reeks Poolse zaken, waarin het ging om structurele tekortkomingen in het Poolse stelsel van gefinancierde rechtsbijstand. Veelal werd een weigering om beroep in te stellen zo laat kenbaar gemaakt door de advocaat dat er voor de cliënt geen gelegenheid meer was binnen de beroepstermijn een andere advocaat te zoeken. Het EHRM heeft die praktijk in strijd met art. 6 EVRM Pro geacht, op de grond dat het Poolse stelsel toegevoegde cassatieadvocaten niet verplichtte om schriftelijk en tijdig cassatieadvies uit te brengen [15] . In Poolse zaken waarin wél schriftelijk en tijdig cassatieadvies was uitgebracht of de cliënt zelf te lang had getreuzeld, heeft het EHRM dan ook geen schending van art. 6 EVRM Pro aangenomen [16] .
dominus litis’. Hij mag zich aan de zaak onttrekken als deze, na bestudering, onhoudbaar blijkt te zijn. Procesvertegenwoordiging is, met andere woorden, niet een door de wet opgedragen ambtsplicht [28] .
second opinion’van een andere cassatieadvocaat. Tegen deze achtergrond heeft de Deken van de Haagse orde van advocaten geen grond aanwezig geacht voor toewijzing van een (derde) cassatieadvocaat aan eiser op de voet van art. 13 Advocatenwet Pro. Gelet op het voorgaande, kan niet worden volgehouden dat hierdoor aan eiser een effectieve toegang tot de (cassatie)rechter is onthouden.