ECLI:NL:GHARL:2018:10448
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratief beroep zonder gegronde beroepsgronden
In hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van 7 juli 2016 betreffende betrokkene, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het tussenarrest van 28 augustus 2018 overgenomen en het verdere procesverloop beoordeeld.
De gemachtigde van betrokkene klaagde dat het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter niet tijdig in het dossier zat, maar dit bezwaar faalde omdat het proces-verbaal alsnog was toegestuurd. Verder stelde de gemachtigde dat de kantonrechter ten onrechte de ingediende gronden van het administratief beroep niet had beoordeeld en dat de kantonrechter een motiveringsgebrek in de beslissing van de officier van justitie had gepasseerd.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter terecht had geoordeeld dat de enkele verwijzing naar de argumenten van het administratief beroep onvoldoende was om als beroepsgrond te gelden. Ook werd bevestigd dat een motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kan worden gepasseerd indien geen belangenbenadeling is aangetoond. De mededeling van de gemachtigde dat de gronden van het administratief beroep worden gehandhaafd bevatte geen redenen om de beslissing van de officier van justitie te vernietigen en kon daarom niet als beroepsgrond worden beschouwd.
Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.