Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak over de hoofdverblijfplaats van een minderjarige heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de behandeling van de hoofdzaak aangehouden omdat de advocaat van de moeder verhinderd was bij de mondelinge behandeling. De moeder heeft recht op bijstand van een advocaat en de afwezigheid was niet aan haar te wijten.
Het hof heeft op 25 september 2018 de raad voor de kinderbescherming verzocht aanvullend onderzoek te doen naar de meest passende hoofdverblijfplaats van de minderjarige. De mondelinge behandeling werd gepland op 15 november 2018, maar kon toen niet inhoudelijk plaatsvinden vanwege de afwezigheid van de advocaat.
Het hof heeft vervolgens het schorsingsverzoek van de vader toegewezen, waardoor de minderjarige voorlopig bij de vader blijft wonen totdat de hoofdzaak wordt behandeld. Dit is in het belang van de rust en continuïteit voor het kind. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is door het hof niet-ontvankelijk verklaard vanwege proceseconomische redenen.
De zaak wordt voortgezet op 17 december 2018, waarbij alle betrokkenen worden opgeroepen. De beslissing benadrukt het belang van het kind en de noodzaak van een zorgvuldige procedure met volledige rechtsbijstand.
Uitkomst: De hoofdzaak wordt aangehouden, de schorsing van de beschikking over de hoofdverblijfplaats wordt toegewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.