Belanghebbende, een handelaar in exclusieve auto's, had BPM betaald over zeven in het buitenland geregistreerde personenauto's voor juni 2013. De Inspecteur verklaarde bezwaar ongegrond en stelde naheffingsaanslagen en boetes op, die deels in beroep werden aangevochten. De rechtbank Gelderland oordeelde deels in het voordeel van belanghebbende, maar de Inspecteur en belanghebbende gingen in hoger beroep.
Het geschil spitste zich toe op de classificatie van een Jaguar F-type als nieuwe of gebruikte auto en de juiste historische nieuwprijs van een Mercedes SL 63 AMG. Het hof oordeelde dat de Jaguar F-type met 881 km op de teller een gebruikte auto was, mede omdat deze als demonstratieauto was gebruikt, en paste een afschrijving toe op basis van een handelswaarde van Autotelex Pro, gecorrigeerd met 5% voor marge-auto's.
Voor de Mercedes SL 63 AMG stelde het hof vast dat de rechtbank een te hoge historische nieuwprijs had gehanteerd door een btw-tarief van 21% te gebruiken in plaats van 19%. Het hof corrigeerde dit en verwierp vermindering van BPM op basis van onduidelijke gegevens. Tevens kende het hof rentevergoeding toe over het terug te betalen BPM-bedrag en bevestigde een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Inspecteur werd veroordeeld in proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.