Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteur van de Belastingdienst MKB/kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, aandeelhouder van een vennootschap, had borg gestaan voor geldleningen die zijn vennootschap had afgesloten bij een derde partij. Na verkoop van de borgwoning in Italië ontstond een restschuld waarvoor belanghebbende een voorziening vormde in zijn aangifte inkomstenbelasting 2012. De Inspecteur wees deze voorziening af, stellende dat de borgstelling onzakelijk was.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard voor 2012 en het beroep voor 2013 ongegrond. De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen de uitspraak over 2012. Het Hof oordeelde dat de borgstelling niet zakelijk was omdat een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden geen borg zou hebben aanvaard gezien het negatieve eigen vermogen en de verliezen van de vennootschap.
Daarmee kon de afwaardering van de regresvordering niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden worden gebracht. Het hoger beroep over 2012 werd gegrond verklaard en het hoger beroep over 2013 niet-ontvankelijk. Tevens werd een wijziging van de verdeling van het saldo eigen woning over 2013 toegestaan. Het Hof gelastte vergoeding van griffierecht en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep over 2012 wordt gegrond verklaard en de aanslag wordt verminderd; het hoger beroep over 2013 wordt niet-ontvankelijk verklaard.