Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden in 2013 en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige dochter. De man was verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw, vastgesteld in 2014. Na verlies van zijn baan en het beëindigen van zijn WW-uitkering, verzocht de man om nihilstelling van de alimentatie wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat de vrouw niet minder behoeftig was geworden, mede omdat zij haar werkzaamheden niet had kunnen uitbreiden en haar vermogen grotendeels was besteed aan kosten en advocaatkosten. De man had zich onvoldoende ingespannen om zijn inkomen te behouden of te verhogen na maart 2015.
Vanaf 24 februari 2016 ontving de man een uitkering op grond van de Participatiewet en was hij ontheven van arbeidsverplichtingen. Het hof achtte dit een relevante wijziging van omstandigheden en stelde de partneralimentatie vanaf die datum nihil. De eerdere beschikking werd voor de periode tot 24 februari 2016 bekrachtigd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 24 februari 2016 nihil gesteld vanwege verwijtbare werkloosheid van de man; daarvoor blijft de eerdere alimentatieverplichting van kracht.