Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
ICS,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin hij werd veroordeeld tot betaling van €500 plus rente en proceskosten. De vordering van ICS bedroeg in totaal ruim €8.800, maar zij beperkte haar vordering in eerste aanleg tot €500 om proceskosten te beperken.
Het hof stelt vast dat de appelgrens van €1.750 niet wordt overschreden door de vordering waarover de kantonrechter heeft beslist. Dit betekent dat het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk is op grond van artikel 332 lid 1 Rv Pro. De omstandigheid dat ICS een hogere vordering heeft, maakt dit niet anders omdat zij slechts één beperkt onderdeel vordert in deze procedure.
Appellant had cassatieberoep kunnen instellen tegen het vonnis van de kantonrechter, maar heeft ervoor gekozen hoger beroep aan te spannen. Het hof veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep en wijst het meer of anders gevorderde af. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 22 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens vordering onder de appelgrens en veroordeeld in de proceskosten.