In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 20 oktober 2015 bevestigd, waarin verdachte werd veroordeeld wegens doodslag op het slachtoffer. Verdachte ontkende betrokkenheid, maar het hof achtte het bewijs overtuigend, onder meer vanwege een verklaring van een getuige die verdachte vroegtijdig op de hoogte zag van het overlijden.
De verdediging voerde aan dat er alternatieve scenario's mogelijk waren en dat getuigen onbetrouwbaar waren, maar het hof verwierp deze stellingen. Het hof wees ook verzoeken tot aanvullend DNA-onderzoek en het horen van getuigen af vanwege onvoldoende noodzaak.
Ten aanzien van de strafmaat vernietigde het hof het vonnis voor dat onderdeel en legde een hogere gevangenisstraf op van dertien jaren, mede vanwege de ernst van het delict, het slachtoffer dat weerloos was en het strafblad van verdachte. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.
Het hof benadrukte dat doodslag een ernstig delict is dat de rechtsorde en samenleving schokt, en dat alleen een lange vrijheidsstraf passend is. Verdachte heeft geen motief gegeven en geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daad, die onherstelbaar leed heeft veroorzaakt.
Het vonnis werd op 3 juli 2017 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.