Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep met betrekking tot het verzoek tot schorsing
3.De vaststaande feiten
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat het verzoek van de moeder centraal om de werking van een beschikking van de rechtbank te schorsen, waarin een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige is vastgesteld. De rechtbank had een omgangsregeling van eenmaal per 14 dagen voor twee uur op een openbare locatie vastgesteld, met een dwangsom bij niet-naleving.
De moeder vreesde dat de omgang zonder professionele begeleiding niet goed zou verlopen en verzocht daarom om schorsing. Het hof overwoog dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat van de ouders verwacht mag worden dat zij hun spanningen opzij zetten. Het contact van twee uur per twee weken op een openbare locatie kan zonder professionele begeleiding plaatsvinden. Daarom weegt het belang van de vader en de minderjarige zwaarder dan dat van de moeder.
Wel oordeelde het hof dat de dwangsom niet terecht is opgelegd omdat de moeder het eenhoofdig gezag heeft en de rechter in die situatie niet ambtshalve een dwangsom kan opleggen. Daarom schorst het hof de tenuitvoerlegging van de dwangsom, maar de omgangsregeling blijft van kracht.
De beslissing benadrukt dat het recht op omgang tussen vader en kind op grond van artikel 1:377a BW blijft bestaan, ondanks de schorsing van de dwangsom.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de omgangsregeling af, maar schorst de tenuitvoerlegging van de dwangsom wegens een juridische misslag.