ECLI:NL:GHARL:2017:10745
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter ondanks schending vormvoorschrift bij administratief beroep
Betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie, maar gaf geen gronden voor het beroep op. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van gronden. De kantonrechter verklaarde het beroep vervolgens ongegrond. Betrokkene voerde in hoger beroep aan dat hij niet was geïnformeerd over het verzuim om gronden in te dienen, omdat een verzuimbrief niet was ontvangen.
Het hof constateerde dat de verzendadministratie van de verzuimbrieven ontoereikend was, waardoor niet kon worden vastgesteld of de brief was verzonden. Dit betekende dat de officier van justitie in strijd met artikel 6:6 Awb Pro had gehandeld door het beroep niet-ontvankelijk te verklaren zonder betrokkene op het verzuim te wijzen.
Desondanks oordeelde het hof dat betrokkene niet benadeeld was, omdat hij als professioneel gemachtigde voldoende gelegenheid had gehad om gronden in te dienen en geen inhoudelijke bezwaren tegen de beschikking had aangevoerd. Daarom kon de beslissing van de officier van justitie met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro in stand blijven. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.