ECLI:NL:GHARL:2017:10685

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
WAHV 200.184.445
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 lid 3 RVV 1990Art. 10 lid 1 RVV 1990Artikel 11 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen parkeerboete wegens vermeend parkeren in parkeerverbodszone

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €90 opgelegd wegens parkeren in een parkeerverbodszone (bord E1) op 14 december 2014 te Roermond. Hij betwistte de overtreding en stelde dat het voertuig in een parkeervak stond geparkeerd. Het hof stelde vast dat het voertuig geparkeerd stond op een licht verhoogde bestrate strook tussen de busbaan en het fietspad, zonder belijning, met fietsenrekken en bomen, bedoeld als fietsenstalling en afscheiding.

Het hof oordeelde dat deze strook een ander weggedeelte is waarop parkeren is toegestaan volgens artikel 65 lid 3 en Pro artikel 10 lid 1 RVV Pro 1990, en dat bord E1 niet voor die plaats geldt. Daarom heeft de betrokkene de overtreding niet begaan. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de boete van het OM, en bepaalde dat de zekerheidstelling aan de betrokkene wordt gerestitueerd.

Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van kosten van rechtsbijstand toegewezen. Op basis van het forfaitaire Besluit proceskosten bestuursrecht en de verrichte proceshandelingen werd een vergoeding van €868 toegekend, te betalen door de advocaat-generaal. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de boete en verklaart het beroep gegrond omdat het voertuig stond op een ander weggedeelte waar parkeren is toegestaan.

Uitspraak

WAHV 200.184.445
5 december 2017
CJIB 186563018
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Limburg
van 3 december 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”, welke gedraging zou zijn verricht op
14 december 2014 om 14:56 uur op de Willem II Singel te Roermond met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. Namens de betrokkene wordt de gedraging ontkend. De gemachtigde voert aan dat het voertuig in een parkeervak stond geparkeerd en dat als geen sprake is van een parkeervak de parkeerverbodszone zich niet uitstrekt tot het weggedeelte waar de betrokkene stond geparkeerd.
3. Gelet op het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant d.d. 30 april 2015 en de daarbij gevoegde foto's van de situatie ter plaatse, leidt het hof af dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een licht verhoogde bestrate strook tussen de busbaan en het fietspad. Op de strook is geen belijning waar te nemen. Gelet op de op die strook geplaatste fietsenrekken en de aanplant van bomen, is de strook kennelijk bedoeld als locatie voor het stallen van fietsen en het creëren van een (fysieke en groene) afscheiding tussen het fietspad en de naastgelegen busbaan.
4. Onder verwijzing naar het arrest van dit hof van 18 oktober 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:9067, is het hof van oordeel dat de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd, dient te worden aangemerkt als een ander weggedeelte waarop parkeren is toegestaan in de zin van artikel 65, derde lid, en artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990. Bord E1 geldt derhalve niet voor de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd.
5. Het voorgaande brengt mee dat de betrokkene de gedraging niet heeft verricht. Het hof zal om die reden de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het bedrag van de zekerheidstelling zal aan de betrokkene worden gerestitueerd. De overige bezwaren van de gemachtigde van de betrokkene kunnen buiten bespreking blijven.
6. Namens de betrokkene is verzocht om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Naar het oordeel van het hof komen de gevraagde kosten voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van een beroepschrift bij de officier van justitie, het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van hoger beroep en het indienen van een nadere toelichting. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend en aan het indienen van een nadere toelichting een halve punt. De waarde per punt bedraagt € 496,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 868,- (=3,5 x € 496,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 21 mei 2015, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 186563018 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 868,- door overmaking op bankrekeningnummer [00000] ten name van [D] te [C] .
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.