Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van de gemeente Smallingerland(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van acht winkels in een winkelstrip aan de [a-straat] te [A], waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2014 voor het jaar 2015 is vastgesteld door de heffingsambtenaar van Smallingerland. Na bezwaar heeft de rechtbank de waarden verlaagd, maar belanghebbende stelde dat deze nog te hoog waren en ging in hoger beroep.
Het hof heeft het geschil onderzocht waarbij het vooral ging om de juiste toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode (HWK-methode), de juiste bepaling van verhuurbare oppervlakten (bruto versus netto), het leegstandspercentage en de gehanteerde kapitalisatiefactoren. Belanghebbende bracht een aangepast taxatierapport in hoger beroep te laat in, wat werd geweigerd.
De heffingsambtenaar erkende dat hij de waarden niet aannemelijk had gemaakt en liet het oordeel van de rechtbank staan. Het hof toetste daarom alleen of belanghebbende zijn lagere waarderingen aannemelijk had gemaakt. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende had onderbouwd dat de lagere netto oppervlakten en de hogere leegstand terecht waren, noch dat de gehanteerde huurwaarden en kapitalisatiefactoren juist waren. Ook de op een executieveiling betaalde prijs werd niet als representatief geacht.
Gelet op deze feiten en het ontbreken van voldoende bewijs wees het hof het hoger beroep af en bevestigde de rechtbankwaardering. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankwaardering van de WOZ-waarde wordt bevestigd.