Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
6 september 2016
inspecteurvan de
Belastingdienst/Midden & Kleinbedrijf Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende exploiteert sinds 2007 een pizzeria als eenmanszaak. In de jaren 2008 tot en met 2010 werden diverse gebreken geconstateerd in de administratie, waaronder het niet bewaren van primaire aantekeningen van bestellingen, het ontbreken van een voorraadadministratie en het niet bewaren van Z-afslagen. De Inspecteur nam een informatiebeschikking wegens niet-naleving van de administratieplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze beschikking deels gegrond voor 2010, maar het gerechtshof vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond. Het hof oordeelt dat de administratie van belanghebbende onvoldoende inzicht biedt in de omzet en niet voldoet aan artikel 52 van Pro de AWR. Er is geen sprake van overmacht en de gebreken zijn dermate ernstig dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd is.
Het hof benadrukt dat in een onderneming met uitsluitend contante verkopen een volledige en controleerbare administratie noodzakelijk is, inclusief het bewaren van primaire aantekeningen en een sluitende kasadministratie. De vastgestelde verschillen in omzet en het ontbreken van essentiële gegevens maken een betrouwbare controle onmogelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de informatiebeschikking blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de informatiebeschikking over 2010 blijft in stand wegens niet-naleving van de administratieplicht.